Carlos Moscardini

Carlos Moscardini

Geboren in Temperley in de provincie Buenos Aires, verkent gitarist Carlos Moscardini de jazz, de klassieke muziek en de Argentijnse folklore. Na zijn studies aan het Conservatorio Julián Aguirre, werkt hij gedurende vele jaren met de belangrijkste artiesten van de Argentijnse populaire muziek.

In 1997 neemt hij een eerste solo CD op, met naast thema’s van andere componisten ook veel eigen werk. Zijn grote doorbraak komt er met zijn tweede solo CD “Buenos Aires de Raíz” (2005). Met enkel eigen composities op deze plaat, verovert hij zijn plaats tussen de groten van de Argentijnse gitaarmuziek.

Met het werk van Carlos Moscardini beleeft de folkloregitaar van Buenos Aires en de Pampa na Abel Fleury een nieuw hoogtepunt. In zijn composities gaan traditie en vernieuwing naadloos in elkaar over. Achter de ogenschijnlijke eenvoud van zijn pareltjes schuilt een groot raffinement. En dat alles laaft zich aan de creoolse wortels van het Buenos Aires van de ‘gaucho’s’, de ‘pulperías’ en de ‘payadores’.

Hugo Rivas

Hugo Rivas

Victor Piseta

Victor Piseta

Cesar Angeleri

Juanjo Dominguez

Juanjo Domínguez (born October 23, 1951 in Junín) is a classical guitarist and important interpreter of Argentine music, especially tango. In 2005 he was awarded the Konex Award for best instrumental single artist of popular music

Aníbal Arias

Aníbal Arias 

Roberto Grela

Through the history of the genre there were other great players who, differently to Grela, formally studied their instruments and achieved further musical knowledge, such were the cases of Mario PardoHoracio PettorossiJosé María AguilarEdmundo RiveroAníbal Arias or Osvaldo Avena. But he belonged to the group of guitarists that played by ear, and who polished their craft by daily performing at stints, improving their skills by their own talent and through the contact with other musicians. He was in the group of the self-taught artists like: Guillermo BarbieriManuel ParadaRafael Iriarte and Rosendo Pesoa.
Many criticize his use of the pick or plectrum. But who cares about that, if his sound was unique, brings us pleasure and, like no other, touches our spirit.

Diego del Morao

Diego del Morao

De gitaartraditie van de zigeunerdynastie der Morao’s is in goede handen bij Diego del Morao, die in de voetsporen van zijn vader een absolute meester is van de soniquete (swing) van Jerez de la Frontera, de geboortegrond van de familie Morao en een van de kweekvijvers van de flamenco. De ritmische dynamiek van de Morao’s inspireert gitaristen tot op de dag van vandaag over de hele wereld. Oudoom Manuel Morao en grootvader Juan gaven de flamencogitaar een nieuwe uitdrukkingskracht en bliezen haar nieuw leven in. De uitgesproken signatuur en persoonlijkheid van de gitaar van Manuel en Juan Morao gingen over in de duim van Manuel Moreno Junquera, ‘Moraíto Chico’. Vader en maestro, droeg de arte, de kunst van de familie, over op zijn zoon Diego die haar tot bloei brengt in deze tijd. Diep gegrond in de traditie, en met eenzelfde ritmische vrijheid die het spel van Moraíto kenmerkt, verrijkt Diego de Morao de flamenco familietraditie met zijn ‘toque’.

 

Diego del Castor

This gypsy guitarist was born at Nº 8 Calle Ronda in Arriate, Málaga, and at an early age moved with his family to Gastor, the place from where he took his artistic name.

Diego Flores Amaya left Gastor when he was just ten years old, and went to live in Moron de la Frontera with his family, where his father, who was a wealthy horse and cattle dealer, had several businesses. Diego started to learn to read music when he was a child, but it was something that he would not continue with as he soon became interested in the flamenco guitar.

Moraito Chico

Moraíto (Manuel Moreno Junquera) 14 september 1956, in barrio Santiago, “Calle Marqués de Cádiz 5”,in Jerez de la Frontera, overleden op 10 augustus 2011 in Jerez.

Moraito werd geboren in een zigeunerfamilie met een lang bestaande traditie binnen flamenco. Zo was zijn oom Manuel Morao een van de beste gitaristen die Jerez voortgebracht heeft.

Zijn lagere school volgde hij bij de nonnen “del Asilito de San José” en zijn middelbare school in het “Colegio de San José de los hermanos de la Salle”. Deze laatste school is in 1880 opgericht als gratis school voor arme kinderen en is inmiddels uitgegroeid tot een gemeenschap van 5 scholen, een kerk en een opvanghuis voor jongeren met drugsgerelateerde problemen.