Joaquín Rodrigo-Componisten

Joaquín Rodrigo Vidre (Sagunto, Valencia, 22 november 1901Madrid, 6 juli 1999). I Marqués de los Jardines de Aranjuez (1e Markies van de tuinen van Aranjuez) [1] was een Spaans componist. Zijn bekendste compositie is het Concierto de Aranjuez voor gitaar en orkest.

Rodrigo was de jongste van tien kinderen van een koopmansfamilie. Hij was net 3 jaar oud, toen hij als gevolg van difterie blind werd. In 1906 vertrok de familie naar Valencia, waar hij aan de blindenschool zijn eerste muziekles kreeg. Hij wilde nadat hij de opera Rigoletto van Giuseppe Verdi hoorde, componist worden.

Van 1917 tot 1922 studeerde hij compositie bij Francisco Antich aan het Conservatorio Superior de Música in Valencia. Zijn eerste werken schreef hij in 1922, twee jaar later werd zijn orkestwerk Juglares uitgevoerd. In 1922 ging hij naar Duitsland om te studeren. In deze tijd werd hij ook lid van een avant-gardistische componistengroep in Madrid, maar dit intermezzo eindigde in 1925, nadat hem de Premio Nacional de Música als gevolg van dit lidmaatschap belet werd. Vervolgens vertrok hij naar Parijs (1927), waar hij bij Paul Dukas studeerde aan de École Normale de Musique. Hier onderhield hij vriendschappen met Maurice Ravel, Darius Milhaud, Arthur Honegger, Igor Stravinsky en Manuel de Falla.

In 1933 trouwde hij met de Turkse pianiste Victoria Kamhi, lerares aan het Conservatorio de París.

Terug in Spanje (1934) ontving hij de titel Conde de Cartagena (Graaf van Cartagena). In 1935 schreef Rodrigo zijn “Sonata de adiós” voor piano ter herinnering aan zijn leermeester Dukas. Nog eens ging hij naar Frankrijk en continueerde zijn muziekstudie aan het Nationale Conservatorium “Sorbonne”. Nadat hij deze afsloot, reisde hij door Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland voordat hij in 1939, pas na het aflopen van de Spaanse Burgeroorlog (1 april 1939), naar Spanje terug keerde en zich definitief in Madrid vestigde.

In januari 1939, nog in Parijs, was Rodrigo gestart met het componeren van zijn meesterwerk Concierto de Aranjuez, het eerste concert voor klassieke gitaar met orkest. Hij rondde het werk af na zijn terugkeer in Madrid. De première was op 9 november 1940 in Barcelona door de solist Regino Sáinz de la Maza begeleid door het Philharmonisch Orkest van Barcelona .

Tijdens de dictatuur van de Generalísimo Francisco Franco (1939 – 1975) werd door hem en zijn composities de (quasi klassieke) Spaanse muziek in het buitenland gepresenteerd. Met de uitvoering van zijn Fantasía para un gentilhombre in 1958 in San Francisco door de gitarist Andrés Segovia, aan wie dit werk opgedragen was, bereikte hij het hoogtepunt van zijn internationale carrière. Terug in Spanje werd hij medewerker van de radio en later docent aan de Madrileense universiteit.

In 1960 werd hij in Parijs als Officier van de kunst en literatuur onderscheiden. Van de Universiteit van Puerto Rico ontving hij in 1963 de “Legión de Honor”. In 1964 werd hij eredoctor van de Universiteit van Salamanca en in 1978 eredoctor van de Universiteit van Valencia. Koning Juan Carlos I van Spanje verhief hem in 1991 opnieuw in de adelstand, en kreeg hij de titel Marqués de los jardines de Aranjuez (Markies van de tuinen van Aranjuez)[1], dit voor zijn bijdrage aan de Spaanse muziek en als erkenning van zijn meest bekende werk het Concierto de Aranjuez. Na zijn overlijden in 1999 werd zijn dochter Cecilia Rodrigo Kamhi de II Marquesa de los Jardines de Aranjuez (na 6 juli 1999).

Werken voor gitaar

  • Concierto Andaluz, voor 4 gitaren
  • Concierto-madrigal, voor 2 gitaren

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *