Manuel Ponce

Manuel María Ponce Cuéllar (Fresnillo (Zacatecas), 8 december 1882Mexico-Stad, 24 april 1948) was een Mexicaanse componist. Zijn bekendste compositie is het lied Estrellita.

Kort nadat Ponce was geboren in Fresnillo, verhuisde zijn familie naar Aguascalientes.

Ponce bleek een muzikaal wonderkind. Toen hij vier jaar oud was kon hij al op het gehoor de stukken naspelen die zijn oudere zuster Josefina op de piano voordeed. Josefina ging hem les geven. Voordat hij op school letters leerde, kon hij al noten lezen. Vanaf zijn tiende kreeg hij les van een pianoleraar, Cipriano Avila. Ponce zong ook in een kinderkoor, dat verbonden was aan de kerk van San Diego in zijn woonplaats.

Toen hij op negenjarige leeftijd herstellende was van de mazelen, schreef hij zijn oudste bekende compositie, La marcha del sarampion (‘de Mazelenmars’).

In 1901 begon Ponce een studie aan het conservatorium in Mexico-Stad. Omdat de studie daar hem weinig uitdaging bood, ging hij in 1903 terug naar Aguascalientes. In 1904 reisde hij naar Europa. Hij studeerde compositieleer in Bologna en daarna piano bij Martin Krause in Berlijn.

In 1908 keerde hij terug naar Mexico, waar hij in 1909 een aanstelling kreeg als docent piano en muziekgeschiedenis aan het conservatorium in Mexico-Stad. Een van zijn studenten was Carlos Chávez. In 1912 ging in Mexico-Stad het pianoconcert van Ponce in première. De componist zat zelf achter de piano.

Tussen 1915 en 1917 verbleef hij in Havana op Cuba, waar hij zich in leven hield met lesgeven en het schrijven van artikelen en recensies van muziekuitvoeringen. In Mexico was op dat moment als nasleep van de Mexicaanse Revolutie een burgeroorlog aan de gang. In 1916 ondernam Ponce een tournee door de Verenigde Staten. Het eerste concert, in New York City, werd een fiasco. De Mexicaanse krijgsheer Pancho Villa had net een aanval uitgevoerd op de Amerikaanse stad Columbus en de New Yorkers boycotten een concert door een landgenoot van deze vijand. De volgende concerten werden allemaal afgelast en Ponce keerde terug naar Cuba. Hij is nooit terug geweest in de Verenigde Staten.

In 1917, toen Mexico in rustiger vaarwater was gekomen, nam Ponce zijn functie aan het conservatorium in Mexico-Stad weer op. In hetzelfde jaar nog trouwde hij met de zangeres Clema Maurel. Hij werd ook redacteur van de Revista Musical de Mexico. In 1923 ontmoette hij de Spaanse gitarist Andrés Segovia, die op tournee was in Mexico. Het werd het begin van een levenslange vriendschap. Ponce ging speciaal voor Segovia muziek voor gitaar schrijven.

In 1925 ging hij naar Parijs om compositieleer te studeren bij Paul Dukas. Hij bleef er tot in 1932, toen hij van Dukas een getuigschrift met de hoogste lof meekreeg. In Parijs maakte hij kennis met de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos, met wie hij een grote belangstelling voor de volksmuziek van het eigen land gemeen bleek te hebben. Ook Segovia kwam hij in Parijs weer tegen. lees verder klik hier.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *